vrijdag, september 02, 2011

Versoepeling van het beroepsgeheim, instrument of dillemma? Horen, zien en spreken

Er is commotie over het beroepsgeheim voor hulpverleners. Het spreekrecht bij misbruik is uitgebreid. Het geldt binnenkort ook voor minderjarigen en niet enkel wanneer het slachtoffer een hulpverlener in vertrouwen neemt. "Met het beroepsgeheim moeten we sowieso zorgvuldig omspringen want het raakt aan de essentie van ons beroep" vindt Kris Stas, docente deontologie (Karel de Grote-Hogeschool) en stafmedewerker van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk.

Nico Krols
sept/okt
Weliswaar.be

Kris Stas: De publieke opinie wil een schuldige kunnen aanduiden. Daar doen justitie, politiek en media flink aan mee. Bij elke pedofiliezaak of roemruchte moord moet de hulpverlening zich verdedigen, maar we komen niet in het nieuws met al die andere zaken die we - precies door de steun van het beroepsgeheim - wel hebben kunnen voorkomen. De versoepeling van het beroepsgeheim is er gekomen onder publieke druk. Het lijkt nu alsof de hulpverleners aangepord worden om het beroepsgeheim sneller te breken om escalaties te vermijden. Wordt een hulpverlener die zijn beroepsgeheim niet verbreekt nu sneller beticht van schuldig verzuim als iets verkeerd afloopt? Maar zelfs als we een cliënt uit handen geven, zijn er nog geen garanties, want vele zaken die bij justitie terechtkomen - vaak in het geval van familiaal geweld - worden geseponeerd. Dat is pas erg. Als hulpverlener heb je dan het vertrouwen verbroken en er wordt geen gevolg aangegeven. Dan laat je mensen, dader en slachtoffer, aan hun lot over.

Het gaat om spreekrecht dat het beroepsgeheim doorbreekt. Zijn jullie opgelucht dat het geen spreekplicht is?

Spreekplicht is uit de boze! Dan durft niemand nog bij ons te komen, laat staan dat er spontane meldingen gebeuren. Dan kan je net zo goed naar justitie stappen. Van hulpverlening is dan geen sprake meer. Het aantal meldingen stijgt nog steed, simpelweg omdat grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik bespreekbaar zijn geworden. Dat is onmiskenbaar de verdienste van de commissie-Adriaenssens.

Slachtoffers of melders van misbruik zullen wel twee keer nadenken voor ze nog bij jullie over de vloer komen.
Zo'n vaart loopt het niet, maar die reflex moeten we vermijden. Stel dat een cliënt tijdens een consult in een opwelling zegt dat hij zijn buur de nek zou kunnen omwringen. Stap je dan naar de politie? Of neem je aan dat die cliënt gewoon zijn hart heeft gelucht? Tot er daadwerkelijk iemand ontspoort. Met dat risico moeten we ook omgaan. Je kan toch niet de hele maatschappij op die ene ontspoorde afstemmen? Het blijft een kwestie van inschatten.

U geeft ook les aan studenten maatschappelijk werk. Worden ze beter opgeleid om met het beroepsgeheim om te gaan?

Als hulpverlener stond je vroeger alleen met je morele dilemma's. Vandaag heb je meer instrumenten om je handelen te toetsen. Dankzij het kwaliteitsdecreet heeft het welzijnswerk een klachtenprocedure, een procedure inzake integriteitsbescherming, de code over informatie-uitwisseling en privacy.
In de sector wordt wel degelijk aan morele dilemmatraining gedaan.
En studenten prent ik in dat ze maar best de basis van het recht kennen voor ze de hulpverleningspraktijk instappen. Je kan nu eenmaal niet alleen op je morele intuïtie vertrouwen.

Hoe wapen je je als hulpverlener tegen mogelijke claims die met het beroepsgeheim te maken hebben?
Moeilijk. Neem nu een straathoekwerker die met een van zijn cliënten wordt opgepakt tijdens een politierazzia. De cliënt laat ongemerkt een zakje wiet in de jas van de straathoekwerker glijden. Wanneer de politie de identiteitscontrole uitvoert, voelt de straathoekwerker het zakje. Wat doet hij? Behoud hij het vertrouwen van de cliënt of geeft hij hem aan?
Hulpverleners hebben een principiële zwijgplicht tegenover derden, ook al is het de politie. Maar het beroepsgeheim is niet absoluut. En het geldt alleen voor wie over een beroepsgeheim beschikt. Politie, kinderverzorgsters, gezins- en bejaardenhelpers doen er soms een beroep op, maar hebben er eigenlijk geen. Sociaal werkers van het OCMW, bijzondere jeugdbijstand, algemeen welzijnswerk en de centra voor leerlingenbegeleiding hebben wel een beroepsgeheim.

Is schuldig verzuim erger dan het beroepsgeheim breken?
Daar kan ik geen uitspraak over doen. In beide gevallen ben je strafbaar en en elke situatie is anders. Je moet je beslissingen zorgvuldig onderbouwen, ook al zal die nooit waterdicht zijjn. Het is dansen op een slap koord. Want zelfs met alle regels kom je in situaties terecht waar de regels niet toereikend zijn.

Er blijft dus een lacune?
Het is een grijze zone, maar dat is net de bewegingsvrijheid van de hulpverlener.
Een bange hulpverlener is een gevaarlijke hulpverlener.
Door all media- aandacht bij grote zaken raken sommigen verlamd. Dat is nefast voor de hulpverlening, want de hulpverleners sluiten zich dan af voor verontrustende signalen van hun clienten. Ze willen het probleem niet zien of horen. Of ze sturen sneller door naar de politie of justitie, met al even weinig kans op succes.
Door de juridisering beginnen we allemaal na te denken hoe we klachten kunnen vermijden. Maar we moeten gefocust blijven op het verlenen van goede hulp. Kijk naar de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. Die hebben hun nut bewezen omdat ze niet naar de politie stappen. Het behoort juist tot de competentie van de hulpverlener dat hij mensen op hun verontrustend gedrag openlijk kan aanspreken.

reacties welkom op www.weliswaar.be/forum


Geen opmerkingen: