vrijdag, juni 01, 2012

Zevende openbaar bericht van de commissie-Samson; aanvullend historisch onderzoeken Harreveld en toezicht '60-80 "Hadden we het maar geweten"

29-05-2012


De commissie-Samson doet in haar zevende openbaar bericht beknopt verslag
van haar werkzaamheden. In dit openbaar bericht gaat de commissie in op de
voortgang van het onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen die op
gezag van de overheid in instellingen en/of pleeggezinnen zijn geplaatst en
voortzetting van een Meldpunt na het einde van de commissie.

Onderzoekswerkzaamheden
De verschillende deelonderzoeken, die in opdracht van de commissie worden
uitgevoerd, verkeren in de afrondende fase of zijn al afgerond.
Afgerond zijn:
- het historisch onderzoek;
- het governance onderzoek;
- het onderzoek naar signalen van seksueel misbruik en de reactie daarop
gedurende de periode 1945 t/m 2007;
- het onderzoek naar de reactie van de politie;
- het onderzoek naar de reactie van het Openbaar Ministerie;
- het onderzoek naar de achtergronden van daders.
De beschrijving van het juridische kader was in juni 2011 al beschikbaar
gekomen.

Naar aanleiding van berichten rond seksueel misbruik in het internaat
Harreveld en de castratie van een voormalige pupil heeft de commissie
besloten een aanvullend historisch onderzoek te laten uitvoeren naar Harreveld en het toezicht op Harreveld. 

Daarnaast wordt er een algemeen en  verdiepend onderzoek naar  
het toezicht uitgevoerd over de jaren ’60 tot en met ’80.
De Rijksuniversiteit Groningen voert deze onderzoeken uit.

De commissie heeft besloten alle deelonderzoeken gelijktijdig met haar
eindrapport te presenteren, zodat ze in onderling verband en samenhang
kunnen worden gelezen en de commissie de conclusies van de verschillende
deelrapporten kan verbinden en betekenis kan geven.

Voortgang onderzoek naar aard en omvang.
De commissie was onaangenaam verrast over het artikel in de Volkskrant van 1
mei 2012 over de resultaten van de onderzoeken, die de Rijksuniversiteit
Leiden in opdracht van de commissie uitvoert naar de aard en omvang van
seksueel misbruik in de residentiële jeugdzorg, de pleegzorg en de
voorzieningen waarin jeugdigen met een verstandelijke beperking zijn
geplaatst. Op 1 mei lagen er nog ‘slechts’ conceptrapporten voor, waarin het
commentaar van de betreffende begeleidingscommissies nog verwerkt moest
worden. Wat de uitkomst daarvan zal zijn, is nog niet duidelijk. Wel staat vast
dat uithuis geplaatste kinderen in de jeugdzorg vaker seksueel misbruikt
worden dan minderjarigen die thuis bij hun ouders wonen en dat een
belangrijk deel van dit misbruik plaats vindt tussen jongeren onderling.
Daarnaast blijkt dat in veel gevallen slachtoffers niet (durven) aangeven wie de
dader is.
Naar aanleiding van de bovengenoemde berichten in de media heeft de
staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 4 mei 2012
een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. Daarin geeft de staatssecretaris aan
dat zij de commissie verzocht heeft signalen van actueel seksueel misbruik per
instelling door te geven aan de Inspectie Jeugdzorg. De commissie heeft eerder
op een dergelijk verzoek geantwoord dat zij melders attendeert op het doen
van aangifte bij de politie en het melden bij het Advies- en Meldpunt
Kindermishandeling. De commissie kan actuele meldingen van seksueel
misbruik die via het meldpunt onder haar aandacht worden gebracht, ook
rechtstreeks overdragen aan het openbaar ministerie. Daarover zijn afspraken
met het openbaar ministerie gemaakt. De onderzoekscijfers van de Rijks
Universiteit Leiden bevatten geen informatie per instelling en zijn anoniem
verkregen van jongeren. Het is dus niet mogelijk om die per instelling aan de
inspectie door te geven.

Ronde tafelgesprekken
De commissie organiseert de komende maanden een aantal ronde
tafelgesprekken om het beeld dat de bevindingen van de deelonderzoeken
oplevert, verder aan te scherpen. Een eerste gesprek met pleegouders bleek
zeer informatief. De commissie gaat nog gesprekken voeren met ouders van uit
huis geplaatste kinderen, met kinderen die uit huis geplaatst zijn en met
slachtoffers. Ook zijn ronde tafelgesprekken voorzien met functionarissen in
het veld over de samenwerking binnen de keten, professionalisering en het
toezicht. Deze gesprekken zijn vooral gericht op (aanbevelingen voor) de
toekomst.

Meldingen en meldpunt van de commissie
Hulpverlening

De commissie heeft bij herhaling aandacht gevraagd bij de bewindslieden van
VWS en Veiligheid en Justitie (VenJ) voor de problemen, die voormalige
slachtoffers hebben met het betalen van de eigen bijdrage aan psychische
hulpverlening. De staatssecretaris van VWS heeft met Rieke Samson een jaar
geleden besproken dat dit probleem opgelost moet worden, omdat door de
aandacht voor seksueel misbruik en het doen van een melding bij de
commissie het leed wordt opgerakeld. Het ligt daarom niet aan de slachtoffers dat zij nu therapie moeten zoeken. Inmiddels heeft Jeugdzorg Nederland zich bereid verklaard de eigen bijdrage voor deze specifieke groep te dragen. Dat is
goed nieuws. De commissie doet een beroep op de betrokkenen om met een
praktische oplossing te komen hoe de betaling zal gaan verlopen. Want: Er zijn
in deze speciale casus verwachtingen gewekt die in de ogen van de commissie nu toch echt snel ingelost moeten worden.

Voortzetting Meldpunt na einde commissie
De commissie herhaalt haar eerder geuite opvatting dat de functie van het
Meldpunt van de commissie na het einde van de commissie in stand gehouden
moet worden. Het is de bedoeling dat Slachtofferhulp Nederland dit
overneemt. De bewindspersonen van VWS en Veiligheid en Justitie
ondersteunen de wens van de commissie. De commissie heeft de indruk dat
het proces niet daadkrachtig genoeg wordt aangepakt en er door
administratieve belemmeringen geen concrete stappen worden gezet om een
dergelijk Meldpunt te realiseren.
Daarnaast is de commissie van mening dat het huidige Meldpunt van de
commissie bij een voortzetting door Slachtofferhulp Nederland te beperkt zal
zijn. Ook zal het niet voldoende zijn om bestaande meldpunten meer
informatie met elkaar te laten uitwisselen. Het Meldpunt dat de commissie
voor ogen heeft is niet alleen gericht op meldingen van actuele gevallen van
misbruik. Het gaat de commissie met name om het inrichten van een Meldpunt
waarbij ook slachtoffers terecht kunnen die in het verleden in de jeugdzorg
seksueel misbruikt zijn, dan wel slachtoffer van geweld geweest zijn.
Het doet de commissie deugd dat de staatssecretaris van VWS mede namens
de bewindspersonen van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer heeft
toegezegd de oprichting van een breder Meldpunt te ondersteunen. Nu is het
volgens de commissie tijd om het Meldpunt daadwerkelijk tot stand te
brengen.

Aantallen
De commissie ontvangt veel meldingen van seksueel misbruik of geweld die
buiten de strikte onderzoeksopdracht van de commissie vallen. Omdat het
aantal meldingen dat buiten het onderzoeksbereik valt fors is – ongeveer één
op de drie meldingen – en er kennelijk ook in andere sectoren misstanden zijn
die melders onder de aandacht willen brengen, analyseert de commissie ook
deze zaken. In haar eindrapport zal de commissie hierover meer gedetailleerde
informatie geven.

Uitbrengen rapport
De commissie verwacht op 8 oktober 2012 haar eindrapport te kunnen
presenteren.











Met de groeten van Ben Asscher

Geen opmerkingen: